Het Pakket PrO Spelling bestaat uit zeven modules en bestrijkt de basisregels van de Nederlandse spelling die op de basisschool worden aangeleerd en waarmee leerlingen in het voortgezet onderwijs meestal verder oefenen.

Inhoud

1164

uitlegschermen
en animaties

577

oefeningen
 
 

17.422

vragen
 
 

18

diagnostische en evaluerende deeltoetsen

4

totaaltoetsen
 
 

Modules in het Pakket PrO Spelling

  • Flitsend Spellen en Lezen 1: dle 00 (begin groep 3) tot dle 30 (begin groep 6).
    Flitsend Spellen en Lezen 1 is gericht op het geven van ondersteuning bij het leren van Nederlandse woorden, om te beginnen bij de klanklettercombinaties. Het accent ligt op het spellen, maar het proces begint vanzelfsprekend met het leren herkennen van letters en woorden. Het programma heet ‘Flitsend spellen en Lezen’ omdat gebruik wordt gemaakt van de flitsaanbieding, zowel visueel als auditief (dictee).
  • Flitsend Spellen en Lezen 2: dle 10 (begin groep 4) tot dle 40 (begin groep 7).
    In tegenstelling tot lopen en praten worden lezen en spellen aangeleerd via intensieve instructie. Op het eind van de basisschool hebben de meeste leerlingen goed leren lezen en spellen; er is echter een groep die achterblijft. Voor deze leerlingen is ‘meer van hetzelfde’ vaak niet genoeg. Er is een ándere, meer fijnmazige en motiverender aanpak nodig om tot het niveau van beheersing te komen. Deze module kan gebruikt worden voor álle leerlingen die leren lezen en spellen, maar met name ook de achterblijvers zullen er, door de directe interactieve aandacht, veel profijt van hebben.
  • Flitsend Spellen en Lezen 3: dle 30 (begin groep 6) tot 1S.
    Deze module is het vervolg op Flitsend Spellen 1 en Flitsend Spellen 2 en is ook bedoeld voor het leren van Nederlandse woorden met behulp van de flitsaanbieding.
  • Spelling op maat 1: dle 20 (begin groep 5) tot dle 50 (begin groep 8).
    Spelling op maat 1 is eigenlijk ontwikkeld voor de basisschool, maar wordt veel gebruikt in het praktijkonderwijs. De rubrieken die voorbij komen zijn: lettergrepen, plakletters, eer-eur-oor, aai-ooi-oei, ch/g, ieuw/eeuw, verkleinwoorden, ei/ij, au/ou, ng/nk, be/ge/ver, eindletter d/t, roverwoorden en dubbelaar.
  • Spelling op maat 2: dle 30 (begin groep 6) tot 1F.
    Ook deze module was in eerste instantie ontwikkeld voor het basisonderwijs, maar wordt vooral ook ingezet in het praktijkonderwijs. De rubrieken zijn als volgt: eindletters d/t en p/b, enkel of dubbel, e/ee/é, ig/lijk, verkleinwoorden, el/er/em/en/e, s/z en f/v, bijvoeglijk naamwoord, ig/lijk/heid/aard/erd, meervoud s of 's, meervouw op -en, c/s en c/s, los of vast, hoofdletters, afbreken.
  • Spelling 1F: dle 40 (begin groep 7) tot 1F.
    Deze modules oefent alle lesstof die volgens Meijerink in het basisonderwijs aangeleerd moet worden. Het gaat om de belangrijkste basisregels van de Nederlandse spelling. Daarnaast wordt aandacht besteed aan de vorm van veel voorkomende woorddelen (opbouwspelling) en aan technieken voor het inprenten van moeilijke woorden. Speciaal voor dit doel is in elke rubriek een of meer Flitsoefeningen toegevoegd. De onderwerpen die worden behandeld: voor- en achtervoegsels, lettergrepen, één of twee letters, verlengingsregel, s of z, f of v, ei of ij, au of ou, g of ch, verkleinwoorden, meervoud zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord, ie of i, c of s, c of k, x of ks, Franse en Engelse leenwoorden, opbouwwoorden en afkortingen toevoegen.
  • Spelling 2F: 1F tot 2F.
    Dit is het vervolg op Spelling 1F. Het behandelt de onderwerpen: afbreekregels, één of twee letters, verlengingsregel, meervoud, apostrof, i of ie, ei of ij, au of ou, g of ch, verkleinwoorden, bijvoeglijk naamwoord, samenstelling met e(n), k, c of x, opbouwwoorden, leenwoorden, afkortingen.
Voorbeeld van een oefening van Muiswerk Flitsend Spellen en Lezen 2.
Voorbeeld van een oefening van Muiswerk Spelling op maat 1.
Voorbeeld van een oefening van Muiswerk Spelling op maat 2.
Voorbeeld van een oefening van Muiswerk Spelling 1F.
Voorbeeld van een oefening van Muiswerk Spelling 2F.

Achtergrondinformatie

Het basisprincipe van de Muiswerkprogramma's is dat diagnostische toetsen uitzoeken welke gebieden de leerling onvoldoende beheerst. Vervolgens selecteert het programma de oefeningen die daarbij aansluiten. Leerlingen werken op die manier alleen aan hun zwakke plekken.

De stof wordt uitgelegd in gesproken uitlegschermen met voorbeelden en in animaties. Deze vormen altijd het begin van de oefeningen. Tijdens het oefenen krijgt de leerling nuttige feedback en hij kan de uitleg op elk gewenst moment opnieuw oproepen. De inhoud van de oefeningen en de toetsen varieert elke keer. Als de leerling dezelfde toets of oefening voor de tweede of derde keer maakt, krijgt hij steeds andere vragen.

Ga terug naar het productoverzicht Nederlands.